Partnerpensioen

Bij uw overlijden heeft uw partner recht op partnerpensioen.

Partner

Onder ‘partner’ wordt verstaan:

  • uw echtgenoot of echtgenote
  • de persoon met wie u een geregistreerd partnerschap hebt
  • de persoon met wie u een (notariële) samenlevingsovereenkomst hebt, waarin staat dat beide partners een gezamenlijke huishouding voeren en voor elkaar zorgen. De gezamenlijke huishouding moet minstens een half jaar worden gevoerd. Daarnaast moeten beide partners op hetzelfde adres bij de gemeente staan ingeschreven. Is er geen notariële samenlevingsovereenkomst, dan moet een door beide partners ingevulde Verklaring aanvang samenleving worden ingeleverd bij het pensioenfonds
  • uw partner mag geen bloed- of aanverwant in de rechte lijn zijn        

Het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de gezamenlijke huishouding moet bovendien vóór uw pensionering zijn aangegaan.

Samenwonen

Ook als u ongehuwd en niet-geregistreerd samenwoont, kan uw partner in aanmerking komen voor partnerpensioen. Meer hierover leest u bij Gaan samenwonen.

Opbouw

U begint met het opbouwen van partnerpensioen vanaf het moment dat u in dienst komt. Als u voor uw 20ste in dienst komt, dan bouwt u pensioen op vanaf 20 jaar. Uw werkgever moet dit binnen één maand na aanvang melden. De opbouw van partnerpensioen stopt als u met pensioen gaat. 

Jaarlijks bouwt u 1,225% partnerpensioen op over uw pensioengrondslag. Uw pensioengrondslag is uw jaarloon minus de franchise. Over de berekening van de pensioengrondslag leest u meer bij Ouderdomspensioen

Voor uw pensioen

Overlijdt u vóór uw pensionering, dan heeft uw partner recht op partnerpensioen. Het pensioen wordt aan uw partner uitgekeerd vanaf de eerste dag van de maand nadat u bent overleden. Het partnerpensioen bestaat dan uit:

  • het te bereiken partnerpensioen op de pensioenleeftijd van 65 jaar (als u tot het moment van overlijden in de bedrijfstak werkt), óf 
  • het opgebouwde partnerpensioen (als u op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak werkt)

Na uw pensioen

Als u na uw pensionering overlijdt, is er voor uw partner een partnerpensioen. Dit hebt u tijdens uw deelname in het pensioenfonds opgebouwd.

Bijzonder partnerpensioen

Bij het beëindigen van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of een gezamenlijke huishouding, heeft uw ex-partner recht op bijzonder partnerpensioen. Dit bijzonder partnerpensioen is het partnerpensioen dat u opbouwde tot het moment dat de samenleving werd beëindigd. Meer hierover leest u bij Scheiden

Uw ex-partner moet na uw overlijden zelf het bijzonder partnerpensioen aanvragen. Alleen als het pensioenfonds in bezit is van de gegevens van uw ex-partner, wordt automatisch een aanvraagformulier toegestuurd.

Uitruilen pensioensoorten

Het is mogelijk om pensioensoorten voor elkaar uit te ruilen en zo een hoger of lager ouderdomspensioen of partnerpensioen te krijgen. Meer hierover leest u bij Binnenkort met pensioen.

 
print print icon